zaterdag 29 mei 2010

Voorproefje Vietnam

Zonsondergang vanaf onze boot in Halong Bay:



Maaike en onze gids in de regen in Sapa:



Samen op de brommer in Hanoi:



Klaar voor het WK met een original copy van het Nederlandse tenue:


Yangshuo

Een van de leuke dingen van het reizen is dat je continu mensen ontmoet, en soms op een andere plek weer opnieuw tegenkomt. We hadden gedacht dat het als koppeltje soms wat moeilijker zou zijn om te mengen met andere reizigers, maar het tegendeel blijkt waar - onze lijst van facebook-vrienden blijft groeien!

Veel van deze mensen verzekerden ons dat we naar Yangshuo moesten gaan. En omdat we niet echt iets gepland hadden stonden we natuurlijk open voor suggesties! Wel moesten we nog ons Vietnamese visum regelen (ons research in Nederland was een beetje halfslachtig - je kunt wel een visum krijgen als je per vliegtuig Vietnam binnenkomt, maar niet als je over land de grens passeert). Het visum was af te halen bij het consulaat in Kunming, maar we kwamen hier 's ochtends aan per trein en hadden voor dezelfde avond alweer een trein naar Yanshuo geboekt. Gelukkig is op deze wereld alles te koop - dus ook een snelle procedure. Om 5 uur stond Luuk bij het Vietnamese consulaat voor het ophalen van de paspoorten, terwijl Maaike klaarstond met onze bagage voor de trein van kwart voor 6. Gelukkig ging alles zoals gepland, waardoor we van onze laatste dagen in China konden genieten en we niet naar grensstad Nanning af hoefden te reizen om het visum te regelen. Reden voor blijdschap!



Yanshuo is een stadje aan de Li-rivier en ligt midden in een van de meest spectaculaire landschappen ter wereld. Hoge limestone karst peaks springen hier als paddestoelen uit de grond. We hebben hier heerlijk gemountainbiked door de velden. Helaas moet een lokaal boertje als gevolg van ons bezoek wel zijn bamboehek opnieuw installeren:



's avonds hebben we hier met de ontembare Monkey Jane beerpong gespeeld. Monkey Jane is de eigenaar van een berucht hostel, en is volgens de legende iedere avond dronken. Bovendien kan ze er niet tegen om te verliezen met haar eigen spel. Met Luuk in haar team is het helaas toch gebeurd...



Op onze laatste dag in Yanshuo zouden we met twee nederlanders gaan hiken langs de rivier. We kwamen echter al snel een Italiaan met zijn Chinese vrouw tegen die ons uitnodigden om bij hun gids thuis te gaan eten. De kip moest nog worden geslacht waardoor we niet veel tijd meer over hadden om te lopen, het laatste stukje zijn we daarom maar met een bamboeboot gegaan - ook niet verkeerd!



Onze tijd in China was voorbij: via Nanning zijn we de grens met Vietnam overgestoken - op naar Halong Bay!

Yunnan

Onze maand in China valt grofweg op te delen in 3 delen: zoals jullie hebben kunnen lezen hebben we eerst Beijing en Xi'an verkend, vervolgens zijn we naar het zuidelijke Kunming gevlogen. Dit is de hoofdstad van de Yunnan-provincie, een populaire plek voor backpackers vanwege het aangename klimaat, de mooie natuur en de relaxte levenstijl.

In Kunming was ter ere van de dag van de arbeid een meerdaags cultureel festival aan de gang. Er was een enorme culinaire markt (welke idioot heeft ooit stinky tofu uitgevonden? bah!), muziek, en in de parken werd gedanst, toneel gespeeld en gezongen (de bedenker van stinky tofu is ook vast fan van Chinese opera). Verder hield China's oudste generatie de spieren soepel door middel van de meest grappige Tai Chi oefeningen. Voor veel mensen die we hebben gesproken was Kunming slechts een doorstop, voor ons was het een geweldige kennismaking met de bourgandische kanten van de Chinese cultuur. Op de foto een enthousiaste toeschouwer van een toneelstuk in het park.



De volgende bestemming was Dali, een plek waar traditioneel veel backpackers blijven hangen vanwege de overvloed aan Ganga. Toen we naar een menukaart stonden te kijken werden we benaderd door een vrouw in klederdracht (stuk voor stuk dealers in cognito) die vroeg of we niet wat weed wilden kopen - Maaike dacht echter iets anders te horen en antwoorde dat we zometeen misschien wel iets "to eat" wilden, waardoor we deze vrouw niet snel meer van ons afgeschud kregen :). In Dali hebben we heerlijk een dagje in de uitlaatgassen gefietst en zijn we weer de bergen in gegaan. Bovendien heeft Luuk zich gewaagd aan een potje Chinees schaken tegen de eigenaar van ons hostel. Uiteraard kansloos verloren, maar we werden wel meteen uitgenodigd om bij de familie aan te schuiven voor het avondeten.



Al onze wandelingen in de bergen waren niet enkel voor de lol: we konden namelijk wel wat training gebruiken voor de Tiger Leaping Gorge, een twee-daagse hike door een enorme kloof wat volgens onze reisgids zo'n plek is "where you probably wont, but could die". De hike was geweldig en qua gevaar viel het allemaal wel mee. We sliepen halverwege in het hostel met de praktische naam Halfway in een kamer met aan alle kanten ramen, waardoor we waker werden met uitzicht op het volgende "muurtje":



Na twee dagen hard werk was het tijd om het lichaam wat rust te geven en ons meer te concentreren op de geest: reden genoeg om verder te reizen naar het boedistische Shangri-la. Deze stad, vernoemd naar het boek Lost Horizon uit de jaren '30 (de stad is vernoemd naar een fictieve plaats om toerisme te genereren), ligt op de grens van Tibet en huist een van China's grootste boedistische kloosters. Van de stad zelf is door het toerisme niets authentieks meer over, en helaas werd het klooster net op Chinese wijze gerestaureerd: het middelste deel was te oud bevonden en met de grond gelijk gemaakt. In plaats daarvan stond nu een grote hijskraan. Toch was de stad het bezoeken waard: door de hoogte (+3100 meter) en de omgeving heeft de plek iets mystieks, en de landschappen die we zagen op de busrit heen en terug waren soms surrealistisch.



Onze laatste stop in Yunnan was Lijiang, een middeleeuws stadje wat bekend staat om zijn unieke architectuur en qua straatjes en vibe vergelijkbaar is met Brugge. We sliepen bij Mama Naxi, de eigenares van een hostel die zich door iedereen mama laat noemen, heel de dag schreeuwend rondloopt en continue ruzie met haar man heeft. Een hele ervaring, vooral omdat ook Luuk onderwerp van haar scheldkannonades werd: we vroegen ons af wat een supplement van ons treinkaartje betekende, maar aangezien niemand in China een woord Engels spreekt was onze vraag al snel "lost in translation" en dacht ze dat we wat geld terug wilden. Hiervoor kon ze geen begrip opbrengen, en alle verzoeningspogingen ten spijt werd Luuk en public de les geleerd. Bij het verlaten kregen we nog wel een banaan en een gelukspoppetje, dat dan weer wel. Op de foto een typische scene in China - lokale toeristen proberen je altijd stiekem op de foto te krijgen. Een enkeling vraagt toestemming, ziehier het resultaat als je instemt.

Beijing en Xi'an

Hallo iedereen!

Zoals jullie weten is China enigszins gevoelig voor kritiek, waardoor wij ons blog de afgelopen weken helaas niet bij hebben kunnen houden. In het meer communistische en minder moderne Vietnam zou dezelfde censuur gelden, maar gelukkig blijkt dat nogal mee te vallen. Hoogste tijd om jullie iets te laten horen dus! We zullen hier de komende dagen/weken/maanden al dan niet regelmatig onze recente bevindingen en vooral foto's plaatsen, maar we beginnen nu eerst bij het begin: de hoofdstad van China.

Luuk zou na zijn reis in Nepal via Singapore terugvliegen, maar door de vulkaanuitbarsting was hij gedwongen direct door te vliegen naar Beijing, om daar op Maaike te wachten. Maaike zat ondertussen thuis in spanning, maar Schiphol was net op tijd weer vrij gegeven en haar vlucht ging gelukkig door zoals gepland: bepakt en bezakt kwam ze aan op Beijing International!



De cultuurshock voor Maaike viel mee, waardoor we meteen door konden gaan naar de grote trekplijster van China: De Verboden Stad. Tegenwoordig is dit niet langer verboden terrein voor publiek, waardoor we deze ervaring deelden met duizenden Chinezen. Zoals het een goede toerist betaamt gingen we ook op de foto op tiananmen square, met onze held Mao op de achtergrond.



En om het verplichtje lijstje meteen maar af te lopen, gingen we dag 2 naar de zeer fotogenieke Chinese muur. Het mooie weer, de flinke hike en de afwezigheid van massa's toeristen maakten deze dag tot een van onze hoogtepunten van China.



Vanuit Beijing gingen we per nachttrein op naar Xi'an, om daar het ruim 2000 jaar oude Terracottaleger te bewonderen. Dit leger functioneerde ooit (of nog steeds?) als bewaking voor het graf van keizer Qin Shi Huang, maar tegenwoordig is het vooral een garantie voor een onbegrensde geldstroom richting China's oude hoofdstad. Voor archeologen geldt de opgraving als een van de meest opzienbarende ontdekkingen van de laatste decennia, voor de gemiddelde backpacker valt de ervaring in het algemeen toch wat tegen. De "omweg" naar Xi'an is behoorlijk lang en prijzig, terwijl het zien van het leger in het echt uiteindelijk niet bijzonder veel toegevoegde waarde heeft. Dit neemt niet weg dat het geheel indrukwekkend is - zo heeft iedere soldaat bijvoorbeeld een uniek gezicht, en kun je de archeologen aan het werk zien terwijl ze nog steeds delen van het leger opgraven. Maar wat de omweg naar Xi'an vooral de moeite waard heeft gemaakt zijn de mensen met wie we daar het belachelijk goedkope Chinese bier hebben gedronken. Op de foto onze Deense en Australische vrienden bij het Terracotta leger.



Om onze nieuwe wandelschoenen te testen hebben we in de buurt van Xi'an de berg Hua Shan beklommen. Deze voor Toaisten heilige berg bleek een enorme kuitenbijter, dus we hebben de terugweg op z'n Chinees gedaan: met de kabelbaan.