zaterdag 19 juni 2010

Zuid-Vietnam

Vanuit Dalat gingen we terug naar de kust, maar nu een stuk zuidelijker. Mui Ne is een up-and-coming badplaats, waar de rijke Zuid-Vietnamezen hun vakanties en weekends doorbrengen. Er zijn al aardig wat resorts, maar het is nog niet zo ontwikkeld als Na Trang, waardoor het nog altijd een verlaten gevoel heeft. Voor 20 dollar per nacht hadden we onze eigen bungalow op het strand, dus we besloten hier wat langer te blijven - een vakantie binnen een vakantie. Heerlijk om 's ochtends te beginnen met een duik, dan over het strand te lopen naar een restaurant een stukje verderop, 's middags wat te lezen, voetballen en kitesurfen, en 's avonds voor het slapen nog een keer het water in. Om ons niet helemaal aan de luiheid over te geven zijn we ook nog naar de zandduinen gegaan. Zoals gezegd is toerisme in Vietnam al aardig ontwikkeld, en om de zoveel minuten probeert iemand wel iets aan je te verkopen of een winkel in te krijgen. Toen onze jeep daarom al na 10 minuten stopte en we moesten uitstappen bij een winkel dachten we dat onze chauffeur "very cheap" mompelde. Hij bleef aandringen, en in onze propper-moeheid kochten we allemaal maar wat water. Toen we weer in wilden stappen bleef hij zijn woorden maar herhalen en wijzen in de richting van de winkel. Toen pas zagen we wat hij bedoelde: we waren al bij de "fairy spring", de eerste stop van onze tour.













Na vier dagen op het strand was het weer tijd voor een grote stad. Op naar Saigon dus, sinds het vertrek van de Amerikanen vernoemd naar de grondlegger van het moderne Vietnam, Ho Chi Minh. Vanuit hier kun je naar de tunnels die de Vietcong-soldaten gebruikten om de Amerikaanse bombardementen te overleven, en ook het lokale museum geeft een goede indruk van de oorlog. Het is allemaal wat eenzijdig, maar daarom niet minder indrukwekkend. In Saigon hebben we ook de eerste groepswedstrijd van Nederland gekeken. Via de website van de ambassade kwamen we terecht bij een feestje georganisserd door de Dutch Business Association. Met een heineken en een verse haring in de hand stonden we tussen ruim honderd Hollanders te juichen bij de eerste overwinning.







Vanuit Saigon gingen we op naar Cambodja, onze laatste bestemming op het vaste land van Zuid-Oost Azie. Het stond oorspronkelijk niet op de planning, maar omdat zoveel mensen ons hebben aangeraden om naar Ankor Wat te gaan hebben we besloten deze korte omweg te nemen. Via een 3-daagse boottrip door de Mekongdelta arriveerden we per boot in Cambodja.





vrijdag 18 juni 2010

Centraal-Vietnam

Hoi An is volgens de reisgids een idylisch stadje aan de rivier vanaf waar je met de fiets binnen 15 minuten op het strand staat. Ook van onze collega-reizigers hoorden we niks dan goeds over Hoi An. Bovendien was Maaike snotverkouden. Reden genoeg dus om hier wat langer te blijven. Helaas waren wij niet de enige die op de goede recencies waren afgekomen. Van het oude Hoi An is door de toestroom van toeristen niet veel meer over. In iedere winkel zit een kledingmaker bij wie je voor 100 dollar een pak kunt laten aanmeten. Maaike wilde wel een jurk en Luuk een pak, maar het aanbod was zo overweldigend dat we uiteindelijk niet konden kiezen en alleen Luuk 2 paar schoenen heeft laten maken. We hebben vooral genoten van het zwembad en het strand, en zijn weer even op adem gekomen om verder naar het zuiden te gaan.





Vanuit Hoi An zijn we per nachtbus naar de moderne badplaats Na Trang afgereisd. We hebben hier 2 dagen genoten van de mooie stranden, en hebben een dag gesnorkeld bij de eilandjes die rondom Na Trang liggen. De mooie vissen en vooral het kleurrijke koraal waren een mooi voorproefje voor wat ons te wachten staat in Indonesië.





Voordat we echt van het strand zouden gaan genieten gingen we nog 1 keer het binnenland in, naar het stadje Dalat. Vanwege de (relatief) hoge ligging is het altijd wat frisser in Dalat waardoor het een populaire vakantiebestemming is voor de Vietnamezen. Hierdoor hadden we voor het eerst moeite met het vinden van een hotelkamer. Bovendien is de stad tot een waar circus geworden. Uit luiheid hadden we besloten een georganiseerde dagtoer te gaan doen, en samen met een Amerikaans-Vietnamese familie werden we van de ene naar de andere lokale trekpleister gereden, met als hoogtepunt een waterval die je per rodelbaan bereikt. Er was ook tijd voor romantiek in de "Valley of Love", waarschijnlijk de meeste kitsche plek op aarde. Van Mickey Mouse tot legerjeeps, van hartjesbogen tot plastic olifanten, alles stond te wachten om met ons op de foto te gaan.









Noord-Vietnam

Daar zijn we weer! Het heeft even geduurd, maar ook in Vietnam bleek het niet mee te vallen een avondje achter de computer te kruipen om het thuisfront gerust te stellen. Zo veel te zien, zo veel te doen, en als we dan een keer een internetcafé in willen valt de stroom uit. We hebben Vietnam inmiddels alweer verlaten, en zijn nu in Phnom Penh, de hoofstad van Cambodja. Maar we zullen jullie onze Vietnamese avonturen niet laten missen!

Toen we China ruim een maand geleden verlieten, bracht de bus ons rechtstreeks naar het 8tse wereldwonder van moeder aarde: Halong Bay. Net als in Yangshuo kenmerkt het landschap zich hier door hoge krijtrotsen, alleen liggen ze in Halong Bay niet op land maar in zee. Met een lokale junk (type boot) zijn we door dit stukje natuurpracht gevaren, en we hebben natuurlijk vrolijk meegedaan in alle verplichte bijbehorende nummertjes zoals een bezoekje aan een grot, karaoke op de boot etc. Maar kayaken, zwemmen in zee (eerste keer in Azie!) en de zonsondergang zijn toch allemaal net wat specialer op deze plek.



Na Halong Bay volgde Hanoi, de hoofdstad, waar we in een hotel midden in het oude centrum sliepen. Helaas kwam Luuk kwam op zaterdag te laat en zonder telefoon thuis van het voetbal kijken (Champions League finale) dus heeft hij de eerste nacht in de kroeg en op de stoep voor het hotel doorgebracht - ook een ervaring!



Vanuit Hanoi hebben we de nachttrein naar Sapa genomen. Hier hebben we een twee-daagse hike gedaan met een lokale gids. De eerste dag regende het zo hard dat onze regenjassen en raincovers het opgaven en we dus zonder droge spullen bij onze homestay aankwamen. Maar deze wandeling door de heuvels, rijstvelden, riviertjes en vooral modder was een van de mooiste die we ooit hebben gedaan, dus dat maakte wel weer wat goed. Onze 16-jarige gids was Sapa nog nooit uitgeweest en ze zag op tegen haar eerste trip naar Hanoi, omdat ze bang was klappen te vangen van de "sexy girls" - voor meisjes uit een kleine gemeenschap zijn de moderne Vietnamese meisjes op hoge hakken en korte rokjes reuze interessant, alleen het staren en lachen kan nare gevolgen voor ze hebben.











Na Sapa zijn we nog een paar dagen terug naar Hanoi gegaan om ons Indonesisch visum te regelen en om te genieten van tempels, waterpuppets, het eten op straat en de lokale biertjes (à 25 cent). We lieten het aan Vietnam Airlines over om ons veilig naar onze volgende bestemming te brengen: Hoi An, in centraal Vietnam.





zaterdag 29 mei 2010

Voorproefje Vietnam

Zonsondergang vanaf onze boot in Halong Bay:



Maaike en onze gids in de regen in Sapa:



Samen op de brommer in Hanoi:



Klaar voor het WK met een original copy van het Nederlandse tenue:


Yangshuo

Een van de leuke dingen van het reizen is dat je continu mensen ontmoet, en soms op een andere plek weer opnieuw tegenkomt. We hadden gedacht dat het als koppeltje soms wat moeilijker zou zijn om te mengen met andere reizigers, maar het tegendeel blijkt waar - onze lijst van facebook-vrienden blijft groeien!

Veel van deze mensen verzekerden ons dat we naar Yangshuo moesten gaan. En omdat we niet echt iets gepland hadden stonden we natuurlijk open voor suggesties! Wel moesten we nog ons Vietnamese visum regelen (ons research in Nederland was een beetje halfslachtig - je kunt wel een visum krijgen als je per vliegtuig Vietnam binnenkomt, maar niet als je over land de grens passeert). Het visum was af te halen bij het consulaat in Kunming, maar we kwamen hier 's ochtends aan per trein en hadden voor dezelfde avond alweer een trein naar Yanshuo geboekt. Gelukkig is op deze wereld alles te koop - dus ook een snelle procedure. Om 5 uur stond Luuk bij het Vietnamese consulaat voor het ophalen van de paspoorten, terwijl Maaike klaarstond met onze bagage voor de trein van kwart voor 6. Gelukkig ging alles zoals gepland, waardoor we van onze laatste dagen in China konden genieten en we niet naar grensstad Nanning af hoefden te reizen om het visum te regelen. Reden voor blijdschap!



Yanshuo is een stadje aan de Li-rivier en ligt midden in een van de meest spectaculaire landschappen ter wereld. Hoge limestone karst peaks springen hier als paddestoelen uit de grond. We hebben hier heerlijk gemountainbiked door de velden. Helaas moet een lokaal boertje als gevolg van ons bezoek wel zijn bamboehek opnieuw installeren:



's avonds hebben we hier met de ontembare Monkey Jane beerpong gespeeld. Monkey Jane is de eigenaar van een berucht hostel, en is volgens de legende iedere avond dronken. Bovendien kan ze er niet tegen om te verliezen met haar eigen spel. Met Luuk in haar team is het helaas toch gebeurd...



Op onze laatste dag in Yanshuo zouden we met twee nederlanders gaan hiken langs de rivier. We kwamen echter al snel een Italiaan met zijn Chinese vrouw tegen die ons uitnodigden om bij hun gids thuis te gaan eten. De kip moest nog worden geslacht waardoor we niet veel tijd meer over hadden om te lopen, het laatste stukje zijn we daarom maar met een bamboeboot gegaan - ook niet verkeerd!



Onze tijd in China was voorbij: via Nanning zijn we de grens met Vietnam overgestoken - op naar Halong Bay!

Yunnan

Onze maand in China valt grofweg op te delen in 3 delen: zoals jullie hebben kunnen lezen hebben we eerst Beijing en Xi'an verkend, vervolgens zijn we naar het zuidelijke Kunming gevlogen. Dit is de hoofdstad van de Yunnan-provincie, een populaire plek voor backpackers vanwege het aangename klimaat, de mooie natuur en de relaxte levenstijl.

In Kunming was ter ere van de dag van de arbeid een meerdaags cultureel festival aan de gang. Er was een enorme culinaire markt (welke idioot heeft ooit stinky tofu uitgevonden? bah!), muziek, en in de parken werd gedanst, toneel gespeeld en gezongen (de bedenker van stinky tofu is ook vast fan van Chinese opera). Verder hield China's oudste generatie de spieren soepel door middel van de meest grappige Tai Chi oefeningen. Voor veel mensen die we hebben gesproken was Kunming slechts een doorstop, voor ons was het een geweldige kennismaking met de bourgandische kanten van de Chinese cultuur. Op de foto een enthousiaste toeschouwer van een toneelstuk in het park.



De volgende bestemming was Dali, een plek waar traditioneel veel backpackers blijven hangen vanwege de overvloed aan Ganga. Toen we naar een menukaart stonden te kijken werden we benaderd door een vrouw in klederdracht (stuk voor stuk dealers in cognito) die vroeg of we niet wat weed wilden kopen - Maaike dacht echter iets anders te horen en antwoorde dat we zometeen misschien wel iets "to eat" wilden, waardoor we deze vrouw niet snel meer van ons afgeschud kregen :). In Dali hebben we heerlijk een dagje in de uitlaatgassen gefietst en zijn we weer de bergen in gegaan. Bovendien heeft Luuk zich gewaagd aan een potje Chinees schaken tegen de eigenaar van ons hostel. Uiteraard kansloos verloren, maar we werden wel meteen uitgenodigd om bij de familie aan te schuiven voor het avondeten.



Al onze wandelingen in de bergen waren niet enkel voor de lol: we konden namelijk wel wat training gebruiken voor de Tiger Leaping Gorge, een twee-daagse hike door een enorme kloof wat volgens onze reisgids zo'n plek is "where you probably wont, but could die". De hike was geweldig en qua gevaar viel het allemaal wel mee. We sliepen halverwege in het hostel met de praktische naam Halfway in een kamer met aan alle kanten ramen, waardoor we waker werden met uitzicht op het volgende "muurtje":



Na twee dagen hard werk was het tijd om het lichaam wat rust te geven en ons meer te concentreren op de geest: reden genoeg om verder te reizen naar het boedistische Shangri-la. Deze stad, vernoemd naar het boek Lost Horizon uit de jaren '30 (de stad is vernoemd naar een fictieve plaats om toerisme te genereren), ligt op de grens van Tibet en huist een van China's grootste boedistische kloosters. Van de stad zelf is door het toerisme niets authentieks meer over, en helaas werd het klooster net op Chinese wijze gerestaureerd: het middelste deel was te oud bevonden en met de grond gelijk gemaakt. In plaats daarvan stond nu een grote hijskraan. Toch was de stad het bezoeken waard: door de hoogte (+3100 meter) en de omgeving heeft de plek iets mystieks, en de landschappen die we zagen op de busrit heen en terug waren soms surrealistisch.



Onze laatste stop in Yunnan was Lijiang, een middeleeuws stadje wat bekend staat om zijn unieke architectuur en qua straatjes en vibe vergelijkbaar is met Brugge. We sliepen bij Mama Naxi, de eigenares van een hostel die zich door iedereen mama laat noemen, heel de dag schreeuwend rondloopt en continue ruzie met haar man heeft. Een hele ervaring, vooral omdat ook Luuk onderwerp van haar scheldkannonades werd: we vroegen ons af wat een supplement van ons treinkaartje betekende, maar aangezien niemand in China een woord Engels spreekt was onze vraag al snel "lost in translation" en dacht ze dat we wat geld terug wilden. Hiervoor kon ze geen begrip opbrengen, en alle verzoeningspogingen ten spijt werd Luuk en public de les geleerd. Bij het verlaten kregen we nog wel een banaan en een gelukspoppetje, dat dan weer wel. Op de foto een typische scene in China - lokale toeristen proberen je altijd stiekem op de foto te krijgen. Een enkeling vraagt toestemming, ziehier het resultaat als je instemt.

Beijing en Xi'an

Hallo iedereen!

Zoals jullie weten is China enigszins gevoelig voor kritiek, waardoor wij ons blog de afgelopen weken helaas niet bij hebben kunnen houden. In het meer communistische en minder moderne Vietnam zou dezelfde censuur gelden, maar gelukkig blijkt dat nogal mee te vallen. Hoogste tijd om jullie iets te laten horen dus! We zullen hier de komende dagen/weken/maanden al dan niet regelmatig onze recente bevindingen en vooral foto's plaatsen, maar we beginnen nu eerst bij het begin: de hoofdstad van China.

Luuk zou na zijn reis in Nepal via Singapore terugvliegen, maar door de vulkaanuitbarsting was hij gedwongen direct door te vliegen naar Beijing, om daar op Maaike te wachten. Maaike zat ondertussen thuis in spanning, maar Schiphol was net op tijd weer vrij gegeven en haar vlucht ging gelukkig door zoals gepland: bepakt en bezakt kwam ze aan op Beijing International!



De cultuurshock voor Maaike viel mee, waardoor we meteen door konden gaan naar de grote trekplijster van China: De Verboden Stad. Tegenwoordig is dit niet langer verboden terrein voor publiek, waardoor we deze ervaring deelden met duizenden Chinezen. Zoals het een goede toerist betaamt gingen we ook op de foto op tiananmen square, met onze held Mao op de achtergrond.



En om het verplichtje lijstje meteen maar af te lopen, gingen we dag 2 naar de zeer fotogenieke Chinese muur. Het mooie weer, de flinke hike en de afwezigheid van massa's toeristen maakten deze dag tot een van onze hoogtepunten van China.



Vanuit Beijing gingen we per nachttrein op naar Xi'an, om daar het ruim 2000 jaar oude Terracottaleger te bewonderen. Dit leger functioneerde ooit (of nog steeds?) als bewaking voor het graf van keizer Qin Shi Huang, maar tegenwoordig is het vooral een garantie voor een onbegrensde geldstroom richting China's oude hoofdstad. Voor archeologen geldt de opgraving als een van de meest opzienbarende ontdekkingen van de laatste decennia, voor de gemiddelde backpacker valt de ervaring in het algemeen toch wat tegen. De "omweg" naar Xi'an is behoorlijk lang en prijzig, terwijl het zien van het leger in het echt uiteindelijk niet bijzonder veel toegevoegde waarde heeft. Dit neemt niet weg dat het geheel indrukwekkend is - zo heeft iedere soldaat bijvoorbeeld een uniek gezicht, en kun je de archeologen aan het werk zien terwijl ze nog steeds delen van het leger opgraven. Maar wat de omweg naar Xi'an vooral de moeite waard heeft gemaakt zijn de mensen met wie we daar het belachelijk goedkope Chinese bier hebben gedronken. Op de foto onze Deense en Australische vrienden bij het Terracotta leger.



Om onze nieuwe wandelschoenen te testen hebben we in de buurt van Xi'an de berg Hua Shan beklommen. Deze voor Toaisten heilige berg bleek een enorme kuitenbijter, dus we hebben de terugweg op z'n Chinees gedaan: met de kabelbaan.





donderdag 22 april 2010

Helaas

Ik heb zojuist van Luuk gehoord dat hij de pagina niet kan bereiken, wat betekent dat Blogspot verboden terrein is in China. Wat een stelletje gekken ook daar! (Deze tekst zou zeer illegaal zijn). Uhm, even afwachten wanneer we wat kunnen plaatsen dus!

Test


Geen idee hoe dit allemaal werkt. Dankzij tip van Jeroen heb ik een blogspot aangemaakt. Je kan hier naast wat schrijven ook je foto's kwijt en daar was het vooral om te doen. Daar gaan we dan!